De oude torenklok De oude torenklok

Hoogbejaarde vindt eindelijk de juiste mantelzorgers

De biografie van een monumentaal torenuurwerk
 
Jan Hoogakker 
 
 
Als beheerder van het klokkenmuseum (het kleinste museum van Nederland onder de consistoriekamer), vond ik het merkwaardig dat in de toren van de Dorpskerk een torenuurwerk al 49 jaar in weer en wind stond te ‘vergaan’. De toren is echter geen eigendom van de kerkelijke, maar van de burgerlijke gemeente en als wij dit uurwerk in het museum willen opstellen (en dat wilde ik als liefhebber van uurwerken heel graag) dan is er maar één oplossing: praten met de eigenaar. In overleg met de kerkrentmeesters is bij de gemeente geïnformeerd of het mogelijk is dit uurwerk te laten conserveren /restaureren en in het museum op te stellen. Het blijkt dat de gemeente in 2011 bij de ‘Stichting tot Behoud van Torenuurwerken’ al gevraagd heeft naar mogelijkheden en kosten van een restauratie. Kosten destijds ruim € 13.000,-. met een aanbeveling dit uurwerk museaal op te stellen en daarbij de educatieve waarde van een volledig mechanische tijdsaanduiding voor volgende generaties te bewaren. Maar in een tijd van crisis wordt iedere ‘luxe’ kostenpost uitgesteld, zo ook deze. Gelukkig is er eind 2014 een klein budget voor conservering beschikbaar. De bruikleenoverdracht van het torenuurwerk van gemeente naar kerk en de voorwaarden waaronder zijn in een contract vast gelegd en daarmee is de weg geopend om aan de slag te gaan. 
 
Aan de slag 
 
Eerst gaat de ploeg die het uurwerk uit de toren op de begane grond moet zien te krijgen en daarna naar de werkplaats t.b.v. conservering en restauratie moet brengen, aan de slag. Een driemanschap bestaande uit Oeds Wijbenga en Jan Hoogakker als restaurateurs in samenwerking met Wytse Sikkema van de stichting tot behoud van torenuurwerken neemt vervolgens de conservering en restauratie ter hand. 
 
Een lange weg 
 
Wij starten het opknappen onder mijn carport met het verwijderen van vuil en zand. Ruim een emmer vuil kwam uit alle hoeken en gaten te voorschijn. In de werkplaats is het uurwerk gedurende de wintermaanden gedemonteerd, schoongemaakt, geconserveerd en weer gemonteerd. We maakten een lijstje van onderdelen die wij misten, te weten de slinger, slingerdrijver, een gewichtje voor de constante krachtaandrijving, windvleugel hiervoor en de kettingen en gewichten. Af en toe kwam Jan Liest van de gemeente Tynaarlo belangstellend naar de voortgang kijken. Het lijkt tot zover niet spannend, maar….. op 18 maart 2015 kom ik uit uit het stembureau en loop Rieks Baalmans tegen het lijf. ‘Jan’, zegt Rieks, ‘wij moeten eens praten, want jij bent toch met dat uurwerk bezig?’ Mijn mond valt open van verbazing, want hoe wist hij dat? Ik heb het hem maar niet gevraagd, want Rieks blijkt de originele slinger van de klok in zijn bezit te hebben. Gekregen van de zoon van een kennis, wiens vader de slinger in 1966 te mooi vond om in de toren achter te laten. Dit cadeautje kwam als geroepen, want tijdens ons bezoek aan het klokkenmuseum in Heiligerlee waren wij al begonnen aan een werktekening van zo’n type slinger met de bedoeling deze zelf te gaan maken. De ophanging van de slinger en de verbinding tussen de Grahamgang* en de slinger zijn door Wytse gemaakt. Tussen de bedrijven door zijn wij op zoek gegaan naar een firma die ons de ontbrekende ketting kon leveren. Bijna alles is, zonder te overdrijven, door ons te maken, maar de zeer speciale aandrijfketting voor het uur- en slagwerk niet. Helaas tot op dit moment, 20 juli 2015, zijn wij er nog niet in geslaagd om deze ‘Huygens ketting’ te vinden en aan te schaffen. Wij zoeken gewoon door, vastbesloten hem te vinden. 
 
*Deze gang is ontworpen door de beroemde Engelse klokkenmaker George Graham (1674-1751) en wordt toegepast bij klokken met een lange slinger. Een gang is een mechanisme dat tussen de tandwielen van het uurwerk en de slinger wordt ingebouwd en dat tot taak heeft de slingerbeweging gaande te houden.


Twee torenklokken gingen aan deze torenklok vooraf (1888-1931) 
 
Het verhaal van dit uurwerk uit 1931 is niet compleet zonder archiefonderzoek met dank aan de gemeentearchivaris, de heer Otto Nienhuis, die week na week weer nieuwe archiefstukken over de klok wist te vinden. Het blijkt dat dit torenuurwerk in 1931 de vervanger was van een in 1906 aangeschaft uurwerk bij de stadsuurwerkmaker A. Veenhoff te Groningen. Omdat die klok geleverd is zonder automatisch opwindmechaniek voor het gaande- en het slagwerk, is timmerman Hayema destijds benoemd tot klokkenist, d.w.z. hij moest de klok regelmatig schoonmaken en smeren. Ook het klokluiden bij speciale gelegenheden en het handmatig opwinden van het uurwerk (1x per week), behoorde tot zijn taak en dat allemaal voor 25 gulden per kwartaal (€ 11,36). Aan de klok uit 1906 is de aankoop van een tweedehands uurwerk vooraf gegaan. Uit de notulen van de raadsvergadering van 16 juni 1888 blijkt dat een deskundige in opdracht van de raad een tweedehands torenuurwerk heeft bekeken (waar?) en volgens hem is dit torenuurwerk na een opknapbeurt goed bruikbaar. Geschatte kosten fl. 60,-(€ 27,27). De deskundige wiens naam niet genoemd wordt, krijgt de opdracht om dit uurwerk te plaatsen, waarbij de werkzaamheden zo veel mogelijk uitgevoerd moesten worden door ingezetenen uit de gemeente Vries. Eigen volk eerst! Dat dit tweedehands uurwerk inderdaad goed bruikbaar is geweest, blijkt wel, want achttien jaar later is dit uurwerk pas ‘af’. Wij hebben het toen in Vries in 1906 een paar maanden zonder torenklok moeten doen. Begin 1907 is het nieuwe uurwerk geïnstalleerd. Het onderhoud is voor fl. 10,-/jaar uitbesteed aan de smid Klooster, Hayema is dan nog steeds klokkenist. Dit torenuurwerk heeft tot 1931 dienst gedaan en is daarna vervangen door het uurwerk, waar we het hier over hebben. 
 
Het door ons geconserveerde uurwerk (1931-1966) 
 
Uit archiefgegevens blijkt dat de raad besloten had om een Rochlitz-uurwerk met slagwerk en een elektrisch opwindsysteem in de toren te plaatsen. De firma A.H. van Bergen uit Heiligerlee heeft daarvoor in 1931 de opdracht gekregen voor fl.1260,-(€ 573,-). Het niet gesigneerde uurwerk is d.m.v. vergelijking duidelijk te herkennen als een Rochlitz. Deze torenklok heeft gefunctioneerd tot 1966. Toen is besloten een geheel elektrisch gedreven tijdsaanduiding en slagwerk te plaatsen. Het aan/uit mechanisme te bedienen door een kwikschakelaar. Het torenuurwerk met een secondeslinger van 1 meter bestaat uit links het slagwerk en rechts het gaand werk. De klokken van 1888 en 1906 bedienden slechts één wijzerplaat( a/d brinkzijde), echter het exemplaar van 1931 is uitgerust met drie wijzerplaten om heel snel uitgebreid te worden met een vierde. Want, zo vond de gemeenteraad, ‘men moest ook de tijd kunnen zien vanaf de Groningerstraat’. Die eerste en toen nog enige wijzerplaat op de toren vinden wij terug in een aquarel van de Engelsman Henry Dryden uit 1881 (zie bronnen).
terug